skip to Main Content
De Neus Van Marskramer Job. Met Een Lach En Een Traan!

De neus van marskramer Job. Met een lach en een traan!

In mijn werk als marskramer Job ontmoet ik ouderen met dementie in hun belevingswereld. Job probeert contact te maken met behulp van alle zintuigen en daarna een spel op gang te brengen of herinneringen op te halen. Marskramer Job gebruikt soms een rode neus, maar is absoluut geen clowns figuur of entertainer. Een rode neus is een herkenbare associatie met iets leuks of prettigs en kan een opening zijn voor het maken van contact met ouderen met dementie. Als marskramer Job werk ik vanuit verschillende emoties, en ben zeker niet uit op een lach. Als die komt is dat natuurlijk mooi meegenomen.

MIJN BIJZONDERE ONTMOETINGEN WIL IK GRAAG MET JULLIE DELEN…

Dinsdagochtend 27 maart 2018 heb ik weer met veel plezier het woonzorgcentrum in Spakenburg bezocht. Bij binnenkomst op de verpleegafdeling viel mijn oog op de typerende zelfgeschilderde kunstwerken aan de muur. Het geeft met een knipoog een kleurrijk beeld van de verzorging voor de Spakenburgse bewoners.

EEN LACH…

De eerste ontmoeting is met een vriendelijke oude vrouw die in een rolstoel zit. Bij binnenkomst in de huiskamer zwaait Job met een glimlach naar haar. De oude vrouw zwaait met een glimlach op haar gezicht terug. Even later gaat Job gehurkt op zijn knieën naast de oude vrouw zitten. De vrouw ziet algauw de rode stip op de neus van Job en reageert hierop: ‘Je hebt een rode neus’. Job reageert met verbazing ‘het is toch niet helemaal rood?’. Uit een van de zakken van zijn volgeladen stoffen jas haalt Job een klein handspiegeltje en kijkt hoe rood zijn neus is. De vrouw begint te lachen en zegt: ‘Het valt best mee hoor’. ‘O het is maar een klein beetje’ laat Job weten en wijst met zijn vinger naar het puntje van zijn neus. ‘Je bent nog steeds knap hoor, je bent er echt niet minder om’ zegt de oude vrouw geruststellend: ‘Je maakt de mensen wel aan het lachen’. Job gaat de uitdaging aan en laat de oude vrouw weten dat hij ook nog andere grotere neuzen heeft. Uit zijn jas zak pakt Job een grote ronde rode neus en zet deze op zijn neus. ‘Ik zet altijd een rode neus op als ik het koud krijg’ vertelt Job; ‘Want ik houd helemaal niet van een blauwe neus’. Weer begint de oude vrouw te lachen: ‘Je bent wel een gangmaker’. Job nodigt de oude vrouw uit om ook even de rode neus op te zetten. Job helpt haar bij het opzetten van de neus en pakt daarna het handspiegeltje erbij. Wanneer de oude vrouw zichzelf in het spiegeltje ziet schiet ze in de lach: ‘Het wordt steeds mooier’!

WEETJE: De sociale functie van humor is aangeboren. De lach is de eerste taal die je leert. Tot op hoge leeftijden vinden mensen lachen prettig. Niet voor niets geeft het een goed gevoel om iemand anders aan het lachen te maken. De glimlach is de taal die ouderen met dementie tot aan hun laatste levensfase begrijpen.
Bron: www.mantelzorgnieuwsbrief.nl

’Het maakt niet uit wat jou gelukkig maakt: je brengt het al tot leven door meer te glimlachen! Dat komt doordat veel mensen op je zullen reageren wanneer ze zien dat jij blij bent en je glimlacht’.
Een mooi stukje uit de tekst van WILL Be Strong van Willemijn Nunnikhoven: ‘Let your smile change the world’ – www.willbestrong.com

…EN EEN TRAAN! AMSTERDAM VULT MIJN GEDACHTEN, ALS DE MOOISTE STAD VAN ONS LAND…

Job komt de huiskamer langzaam binnen gelopen. Aan de tafel zit een oude man met een keukenschort voor, hij heeft Job eerst nog niet zo in de gaten, maar wordt door een verzorgster hierop gewezen. Job groet de man en de man groet terug. De oude man vraagt: ‘Bent u een clown’? ‘Ja’ zegt Job. Nieuwsgierig vraagt de man wat Job komt doen. ‘Ik kom even op bezoek, wat woont u hier toch mooi’. Job zet zijn koffertje op de tafel en laat weten dat hij op doorreis is. De man vraag belangstellend waar Job dan straks naar toe gaat. ‘Ik ga naar Amsterdam’ laat Job weten. Zichtbaar is de oude man aanslagen en reageerde wat geëmotioneerd: ‘Daar kom ik ook vandaan’. Job zegt het volgende versje op… ‘Amsterdam, die grote stad, die is gebouwd op palen, als de stad om zou vallen, wie zou dat betalen’. Algauw laat de man weten: ‘Nou, ik niet’. Ook Job laat weten niet ver te zullen komen met de 1 cent muntjes die hij aan zijn jas heeft hangen. Job blijft nog even de verbinding houden tussen de oude man en Amsterdam, waar zelfs Spakenburg niet tegenop kan. Amsterdam is het echt helemaal!
Wanneer Job het liedje ‘Aan de Amsterdamse grachten’ begint te zingen, rollen de tranen over de wangen van de oude man, enkele andere bewoners proberen wat mee te zingen. Het verdriet is voelbaar en hartverscheurend. Een gevoel wat er ook zeker mag zijn, een gevoel wat weer heel even terug kwam door zijn herinneringen aan Amsterdam.

Reactie van de verzorging: ‘Hoi Hugo, Wat mooi om je verslag te lezen, zo mooi en bijzonder. Ik had begrepen van mijn collega’s dat het bezoek voor herhaling vatbaar is. De bewoners hebben een fijne ochtend gehad’.

 

Back To Top