skip to Main Content
Marskramer Job Bezoekt Katwijk Aan Zee: De Vis Wordt Duur Betaald!

Marskramer Job bezoekt Katwijk aan Zee: De vis wordt duur betaald!

Een bijzonder contact in de wondere wereld van dementie!

Als marskramer Job bezoek ik ouderen met dementie in verzorgings- en verpleeghuizen. Met een koffer, rugkorf of stofjas vol met prachtige herinneringen aan vroeger stap ik letterlijk in de belevingswereld van ouderen met dementie. Mijn bezoek is vooral afgestemd op de persoonlijke behoeftes van de ouderen. In het contact maak ik gebruik van alle zintuigen. Juist door geen plan of doel te stellen ontstaan vaak de mooiste contactmomenten. Een bijzonder contact waarin je de mens achter de dementie beter leert kennen en begrijpen. Ieder mens heeft een verhaal met zijn eigen geschiedenis en levenservaringen. Graag wil ik jullie meenemen in deze bijzondere ontmoetingen in de wondere wereld van ouderen met dementie.

Afgelopen maandag bezocht ik als marskramer Job een zorgcentrum in Katwijk. Voorafgaand aan mijn bezoek heb ik eerst zelf nog even Katwijk vanaf de boulevard en het strand bekeken. Katwijk deed mij erg denken aan Spakenburg waar ik ben opgegroeid. Net als Spakenburg is Katwijk een echte vissersplaats. Op de vissersboten staan de initialen KW (van Katwijk) aangegeven. De typische Katwijkse bomschepen hebben plaatsgemaakt voor moderne kotters. Het dialect ‘het Katwijks’ heeft, naast het gesproken Nederlands standgehouden, terwijl de ooit zo typerende klederdracht van Katwijk aan het einde van de vorige eeuw geheel uit het straatbeeld verdwenen is.

“De zee is geen meertje hoor”

Wanneer marskramer Job zijn koffertje op tafel neerlegt heeft laat hij de aanwezige bewoners weten dat hij naar het strand geweest is en dat hij scheermesjes (schelpensoort) gevonden heeft. Al snel krijgt Job een reactie van een oudere vrouw. Ze zit rustig en prinsheerlijk in een aangename stoel. In de loop van het contact kom ik erachter dat de oude vrouw een echte Katteker is. “Ik kwam veel op het strand” laat de oude vrouw weten: “En ik heb veel gezwommen”. “O ja, van wie heeft u zwemmen geleerd?” vraagt Job belangstellend. “Ik leerde zwemmen bij de Katwijkse reddingsbrigade” vertelt de oude vrouw: “Maar niet iedereen bij mij in de klas kon zwemmen. Want zwemles kostte geld en dat kon niet iedereen betalen. De kinderen uit de klas reageerden soms met verbazing. “Zit jij op zwemles?”. Ondertussen heeft Job de scheermesjes die hij van het strand meegebracht heeft uit zijn koffertje vandaan gehaald. Job laat de oude vrouw de gevonden scheermesjes zien. “Wij zochten meestal naar die andere kleinere witte schelpen op het strand” vertelt de oude vrouw terwijl ze de scheermesjes bekijkt: “Het had er ook mee te maken hoe de wind stond en welke schelpensoorten er dan aanspoelden”. De oude vrouw is een echte kenner en heeft een sterke band met het strand en de zee. Tijdens haar verhaal laat zij ook af en toe weten: “de zee is geen meertje hoor”. Ik begrijp heel goed wat de oude vrouw daarmee bedoelt. Ondanks dat zij veel in zee gezwommen heeft, kende zij ook de gevaren. Voorafgaand aan mijn bezoek aan het zorgcentrum kwam ik tijdens een wandeling op de boulevard het vissenmonument tegen met de tekst: “Naar zee vertrokken voor dagelijks brood onwetend over het einde van hun leven. Geen afscheid van dierbaren gaf deze dood. Alleen de namen en herinneringen bleven.”  Even later bij het witte kerkje aangekomen zag ik het stenen standbeeld van de vissersvrouw met kind met het opschrift: “De zee zal de doden in haar wedergeven ter nagedachtenis aan de stoere vissers die gedurende de oorlogsjaren 1914-1919 zijn omgekomen”. Dit bedoelde de oude vrouw te zeggen, net zoals Knietje in het toneelstuk “Op hoop van zegen” uitsprak met de woorden: “De vis wordt duur betaald”. Marskramer Job haalt even later wat oude foto’s uit zijn koffertje vandaan om aan de oude vrouw en haar medebewoners te laten zien. De oude vrouw is merkbaar vertrouwd bij het zien van de foto van de oudste vuurtoren van Nederland, die aan de boulevard in Katwijk waakt over de zee. “Oh ja, de Vierboet” geeft de oude vrouw aan. “Daar hebben wij achter gewoond.” De oude vrouw kan nog precies op de foto aanwijzen waar zij vroeger gewoond heeft. Bij het zien van een foto van een vrouw in Katwijker klederdracht laat de oude vrouw weten: “dat heeft mijn moeder ook nog gedragen, met een ijzer. De kinderen hebben het niet meer gedragen, toen ging het er al uit. Toen moeder overleed hebben wij het ijzer aan het Katwijks museum gegeven.” Bij het zien van een oude foto van het bekende witte kerkje aan zee komen de herinneringen aan de tweede wereldoorlog weer even terug. De oude vrouw vertelt: “tijdens de oorlog wilde de Duitsers, maar wij zeiden ‘moffen’, het witte kerkje afbreken. Ze waren al met de toren begonnen en toen de mensen dit zagen gebeuren begonnen ze die Duitsers uit te schelden: ‘Vuile rotmoffen, blijft d’r vanaf’. Maar plotseling begon het toen hevig te onweren en toen moesten die Duitsers noodgedwongen stoppen met het afbreken van het kerkje. Ik zeg altijd dat dit het werk is geweest van onze lieve Heer, die ervoor gezorgd heeft dat het zo vreselijk begon te onweren. Dit verhaal komt geregeld weer terug tijdens de contactmomenten. “Het heeft merkbaar indruk op u gemaakt” geeft Job aan. “Het is ook erg om mensen zo te zien lijden,” laat de oude vrouw weten. De gebeurtenissen uit de oorlog hebben diepe sporen bij haar achtergelaten.

Spreekwoord: De vis wordt duur betaald. Betekenis: Er sterven veel vissers op zee.

Back To Top