skip to Main Content
In De Beleefwereld Van Ouderen Met Dementie: Kom D’r In, Zet Je Hoed Af…

In de beleefwereld van ouderen met dementie: Kom d’r in, zet je hoed af…

Momenteel lees ik met belangstelling het inspirerende boek ‘Dementie met een glimlach’ van Arno Huibers. Het lezen van het stukje ‘hou jezelf fris met afwisseling: ga niet steeds naar hetzelfde feestje in dezelfde kleding’ bracht me dit op het volgende idee. Aangezien marskramer Job in dezelfde week verschillende woongroepen voor ouderen met dementie had bezocht leek het mij een tijd voor even iets anders. Een soort van opfrisbeurt als experiment. Zo gezegd zo gedaan! De oude stoffen jas met oude voorwerpen en de platte pet werden vervangen door een jacquet; alleen de lange zwarte jas met rond weggesneden voorpanden en de zwarte hoge hoed. Met wat kleine prikkelende decoraties aan mijn kostuum en een rode stip op mijn neus leek ik net die gekke hoedenmaker uit Alice in Wonderland.

“Als een soort Alice in Wonderland ben ik “in haar gedoken”, heb om haar heen gecirkeld en gedacht: “Ik moet haar achterna vallen. Haar niet corrigeren en niet proberen alles bij het oude te houden, maar met haar meebewegen.”

-Adelheid Roosen-     

Wanneer ik net de woonkamer binnengestapt ben probeert op dat moment een zorgmedewerker mevrouw Tol haar medicatie te geven. De gemalen medicatie vermengd met wat appelmoes wordt haar op een lepel aangereikt. ‘Waar is dat dat voor,’ reageert mevrouw Tol argwanend: ‘ga weg met dat spul’. Met de lepel voor haar mond gehouden probeert de zorgmedewerker op haar inpratend de medicatie naar binnen te krijgen. Ik houd observerend wat afstand en voel de bui al hangen. Een andere zorgmedewerker komt erbij en voert de druk op. Het veroorzaakt de nodige stress bij mevrouw Tol. En dan gebeurt het. Met een zwaai slaat mevrouw Tol de lepel met het medicatie-prutje uit haar gezichtsveld. Daarop reageert de zorgmedewerker geagiteerd naar mevrouw Tol. ‘Dit doen we hier niet’. De andere medewerker probeert het kort daarna nog eens, maar geeft het algauw weer op. Mevrouw Tol laat overduidelijk niet met zich sollen en loopt weg, weg van alle druk uit de huiskamer vandaan.

Bij binnenkomst werd ik al vrij snel opgemerkt door mevrouw Hartman die in haar rolstoel aan tafel bij het raam zit. Mevrouw Hartman probeert met haar lichaamstaal en non-verbale uitingen mijn aandacht te vangen. Ik loop naar mevrouw Hartman toe en ga gehurkt op mijn knieën naast haar rolstoel zitten. Met veel liefde en hartelijkheid word ik ontvangen. Tijdens het contact tuit mevrouw met regelmaat haar lippen en drukt aan een lopend geluiden naar buiten. Mevrouw Hartman zit op haar praatstoel. Haar taal is echter een Babylonische spraakverwarring geworden en ze is daarom ook niet te volgen. Al vrij snel slaat mevrouw een arm om mij heen. En niet zomaar een arm. Puur liefdevol contact, bijna niet te omschrijven. De vrouw streelt met haar hand langs mijn gezicht en zegt dan in een duidelijke uitgesproken zin: ‘wat heb je een mooi gezichtje.’ Later vraagt mevrouw aan mij: ‘hoe oud ben jij?’ ‘30’ laat ik haar weten. ‘30?’ reageert de oude vrouw met verbazing. ‘Ik vind je een lieve jongen,’ laat de oude vrouw weten. Met haar hand om mijn nek heen haalt ze me even later naar haar toe om me een zoen op mijn wang te kunnen geven. Ik geef haar een zoen terug. ‘Heb je een vriend?’ vraagt de oude vrouw. ‘Ja,’ antwoord ik terug. Mevrouw reageert met een wat gebroken zin: ‘vriendschap is belangrijk.’

Aan de andere kant aan van mij aan tafel is mevrouw Vink in gesprek met een zorgmedewerkster en laat haar weten: ‘die dominee is van de week ook  bij mij geweest. Het is geen echte dominee hoor. Hij doet zo raar en wil alleen maar zieltjes winnen. Wij zeiden dan altijd dat is een blik-dominee’.

Mevrouw Hartman praat aan een stuk door en ik reageer vooral non-verbaal op haar ‘onsamenhangende’ verhaal. Ze heeft het geregeld over haar moeder en over eten koken. Het lijkt er bijna op of ze mij uitnodigt om bij haar thuis te komen eten en kennis te laten maken met haar moeder. Even later schuift mevrouw Hartman haar arm onder die van mij. ‘Zo’ zegt mevrouw Hartman: ‘kom eens even hier’. Met getuite lippen komt mevrouw Hartman nogmaals naar mijn wang van en geeft me een zoen. Ik geef haar een handkus terug. Als een echtpaar zit ik met mevrouw Hartman gearmd aan tafel. Ik had ook een ouderwetse dameshoed meegebracht die ik al eerder had aangeboden aan mevrouw om deze op te zetten. Het aanbod werd hoofdschuddend afgewezen. De hoed blijft een tijdje ongebruikt op tafel liggen. Met regelmaat zet ik mijn hoge hoed even af om hem vervolgens even later toch weer op te zetten. Wanneer ik na een tijdje mijn hoge hoed van tafel pak en weer opzet, pakt ook mevrouw Hartman de dameshoed en zet deze op haar krullende grijze haren. ‘Zo’ laat ze weten. Mevrouw Hartman wijkt geen moment meer van mijn zijde!

WEETJE: Een blik(ken) dominee is (spottend) een onbevoegd predikant, straatprediker, soort halfwas dominee. Het bijvoeglijk naamwoord blikken moet hier worden opgevat in de betekenis van ‘onecht, van weinig waarde’.

Aandachtspunt: bovenin ons onderbrein zit fysiek gezien de amandel of angstkern. Als het bovenbrein niet meer goed functioneert schrikken ouderen met dementie op van alles wat onverwachts om hen heen gebeurt en kunnen dit niet meer corrigeren. Als de amandelkern aanslaat ontstaat er een hoop stress bij ouderen met dementie. Stress die wij als omgeving grotendeels kunnen voorkomen. Mevrouw Tol uit het verhaal is een mooi voorbeeld hiervan: ‘Er komt iemand op haar af en die wil iets van haar!’ De zorgmedewerker probeert op alle mogelijke manieren mevrouw Tol haar medicijnen te geven. Daardoor wordt er te veel druk op mevrouw Tol gelegd met alle gevolgen van dien. Ouderen met dementie zijn traag en onze snelheid wordt gevoeld als een bedreiging. Zorgmedewerkers zouden daarom zich wat minder moeten vastbijten in het gericht uitvoeren van hun zorgtaak. Kijk in eerste instantie naar de bewoner, verplaats je in zijn/of haar beleefwereld en creëer een veilige omgeving. Als hier wat meer tijd en aandacht voor zou zijn geweest had mevrouw Tol vermoedelijk wel haar medicijnen ingenomen.

Bron: Boek ‘De dag door met dementie’ van Anneke van der Plaats en Dick Kits.

Back To Top