skip to Main Content

Een bezoek van marskramer Job: ‘slaap kindje, slaap’.

Een bijzonder contact in de wondere wereld van dementie

Als marskramer Job bezoek ik ouderen met dementie in verzorgings- en verpleeghuizen. Met een koffer, rugkorf of stofjas vol met prachtige herinneringen aan vroeger stap ik letterlijk in de belevingswereld van ouderen met dementie. Mijn bezoek is vooral afgestemd op de persoonlijke behoeftes van de ouderen. In het contact maak ik gebruik van alle zintuigen. Juist door geen plan of doel te stellen ontstaan vaak de mooiste contactmomenten. Een bijzonder contact waarin je de mens achter de dementie beter leert kennen en begrijpen. Ieder mens heeft een verhaal met zijn eigen geschiedenis en levenservaringen. Graag wil ik jullie meenemen in deze bijzondere ontmoetingen in de wondere wereld van ouderen met dementie. De naam van de bewoner is in het beschreven verhaal aangepast in verband met de privacy.

Slaap kindje slaap

Wanneer ik als marskramer Job de huiskamer nader, blijf ik heel even in de deuropening staan om te observeren wat er op dat moment gebeurt. Mijn oog valt op mevrouw Willemse. Ze probeert vanuit haar rolstoel de schoenen die voor haar op de grond staan aan te trekken. Marskramer Job biedt zijn hulp aan​; uiteindelijk zijn ook de schoenen van mevrouw Willemse een uitnodiging voor het contact. Job biedt mevrouw Willemse knielend een van haar schoenen aan en schuift hem een stukje over haar voet. Job geeft haar de mogelijk​heid om de schoen verder aan te trekken. Mevrouw Willemse oogt nog vrij kwiek en daarom laat Job het haar eerst zelf proberen. Het lukt haar niet om haar schoen over haar hiel heen te krijgen. “Kun je even aan haar vragen of hier ergens een schoenlepel is?” Ze wijst naar een zorgmedewerkster die in de keuken staat. De zorgmedewerkster kan Job niet helpen aan een schoenlepel. Job besluit dan maar om een lepel uit de keukenla te pakken en deze met een glimlach als ‘schoenlepel’ aan te bieden. In eerste instantie heeft mevrouw Willemse het niet zo in de gaten, maar dan laat ze weten dat dit niet de lepel is die zij bedoelde. Nu besluit Job zijn wijsvinger het werk te laten doen en ​hij weet de schoen over de hiel van mevrouw Willemse te krijgen. Op dezelfde wijze wordt ook de andere schoen aangetrokken.

“Je vinger zal wel zeer doen,” zegt mevrouw Willemse bezorgd. Job laat zijn wat kromgetrokken wijsvinger aan haar zien. ”Hij is inderdaad wel wat krom,” merkt​ Job op. Mevrouw Willemse begint te lachen. Algauw valt haar oog op de bonte, versierde stofjas van Job. Vooral het kleine babypopje spreekt tot de verbeelding en is de aanleiding voor een vragenvuur. “Heb je een vriendin?” vraagt mevrouw Willemse aan Job. “Hoe oud is ze​?” “28.” ”En hoe oud ben jij?”, vraagt mevrouw Willemse. “30.” Enthousiast reageert mevrouw Willemse: “Dat is net goed.” Tijdens het gesprek vertelt mevrouw Willemse ook over haar man, kinderen en kleinkinderen. “Ik heb allemaal jongens​,” vertelt ze. “​Maar ik heb altijd gezegd de rest komt er vanzelf wel bij, dus daar hoef je je geen zorgen om te maken. Zijn jullie al getrouwd?”, vraagt ze aan Job. Zo belandt​ ons gesprek opeens in de wereld van witte trouwjurken en bruiloftsfeesten. Het laat dan ook niet lang op zich wachten of Job heeft samen met zijn vrouw twee kinderen​; een jongen en een meisje. Job haalt uit zijn koffertje een boekje met daarin wiegenliedjes en prachtige foto’s van pasgeborenen. Samen bekijkt Job met mevrouw Willemse de foto’s. Steeds bij het zien van weer een andere foto laat ze weten, “Wat een dotje”, “Wat een schatje” of “Hij is om op te eten.” “Je kunt wel zien dat hij op jou lijkt”, vindt ze. ”Heb je die foto’s zelfgemaakt?” ”Ja, die foto’s heb ik ook gemaakt,” laat Job wat onschuldig weten. Mevrouw Willemse komt niet meer bij van het lachen. “Net als die baby’s.” Vol trots bekijken we samen de foto’s van ‘mijn’ kinderen.

Geïnteresseerd vraag​t ze daarna of ze goed slapen en eten. Ze vertelt ook over haar eigen ervaringen. “Als je hem dan net in bed had gelegd en je was een kwartier verder, dan begon hij weer te huilen.” Even trekt mevrouw Willemse een huilgezicht en maakt het geluid van een huilende baby. ”Dan ging je maar weer naar boven en haalde je hem even uit zijn bedje. Veel kon je niet doen. Dat ging soms wel tot tien uur door.” De babyfoto’s, haar herinneringen aan het moederschap en het bezoek van Marskramer Job gaven mevrouw Willemse weer even een gevoel van eigenwaarde en levensvreugd. ”We hebben je al een hele tijd niet gezien,” zegt  mevrouw Willemse ”Kom je zomaar langs?

Wat jammer dat ze d’r nu niet allemaal zijn. Je kunt de volgende keer beter op een zaterdag komen, want de meeste mensen die zijn nu aan het werk.” “Ja, dat zal ik zeker doen,” laat Job weten. “Neem je dan ook weer de foto’s mee? Dat zullen ze wel leuk vinden.”

Foto: Tracy Raver & Kelley Ryden. Uit het boekje: ‘slaap, kindje, slaap’.

Back To Top