skip to Main Content
Een Bezoek Van Marskramer Job: Schrijven Is Een Handigheid, Maar Lezen Moet Je Kunnen.

Een bezoek van marskramer Job: Schrijven is een handigheid, maar lezen moet je kunnen.

Een bijzonder contact in de wondere wereld van dementie!

Als marskramer Job bezoek ik ouderen met dementie in verzorgings- en verpleeghuizen. Met een koffer, rugkorf of stofjas vol met prachtige herinneringen aan vroeger stap ik letterlijk in de belevingswereld van ouderen met dementie. Mijn bezoek is vooral afgestemd op de persoonlijke behoeftes van de ouderen. In het contact maak ik gebruik van alle zintuigen. Juist door geen plan of doel te stellen ontstaan vaak de mooiste contactmomenten. Een bijzonder contact waarin je de mens achter de dementie beter leert kennen en begrijpen. Ieder mens heeft een verhaal met zijn eigen geschiedenis en levenservaringen. Graag wil ik jullie meenemen in deze bijzondere ontmoetingen in de wondere wereld van ouderen met dementie. De naam van de bewoner is in het beschreven verhaal aangepast in verband met de privacy.

Wanneer marskramer Job de woonkamer binnen komt, ziet hij achterin de woonkamer mevrouw Bakker alleen aan een tafel zitten. Voor haar op tafel liggen op scheurkalender-formaat verschillende woordzoekers. Aan de andere kant van de tafel zit een verzorgende achter de computer aan het werk. Marskramer Job loopt met zijn trouwe viervoeter naar mevrouw Bakker die aan de tafel zit. Mevrouw Bakker kijkt naar wat Job op zijn karretje bij zich heeft. De grote knuffelhond rust op een oud houten voetenbankje waaronder wieltjes zijn gemonteerd. ‘Het is geen echte,’ laat mevrouw Bakker nuchter weten en aait vervolgens de knuffelhond over zijn kop heen. Het is mooi en ontroerend om te zien dat ouderen met dementie veel ruimdenkender zijn dan mensen met gezonde hersenen. Ze geven heel duidelijk aan dat iets niet echt is, maar tonen vervolgens wel hun liefde en zoeken troost bij het zien van een knuffel of een pop. Job stelt zichzelf voor en steekt zijn hand uit. ‘Ik ben Job’. Het duurt even voordat de naam goed bij  mevrouw Bakker binnenkomt. ‘Job? Waar is dat van afgeleid?’ vraagt de oude vrouw zich bedenkelijk af. ‘Van Jacob’ laat marskramer Job weten. ‘Jacob is een mooie naam,’ laat de oude vrouw weten. Nadat ze Job een hand heeft gegeven zegt mevrouw Bakker: ‘Ik ben Maria, Marie of Marietje kun je ook zeggen’. Al snel valt haar oog op de verschillende objecten die Job aan zijn jas heeft. Vooral het oranje gebreide strikje spreekt haar erg aan. ‘Heb je dat zelf gebreid?’ reageert mevrouw Bakker verwondert als Job vertelt het zelf gebreid te hebben. ‘Dat hoor je toch niet veel dat jongens breien,’ laat mevrouw Bakker weten. Job pakt een breiwerkje uit zijn koffertje vandaan, neemt naast mevrouw Bakker plaats aan tafel en begint te breien. ‘Hoe bestaat het!’ geeft mevrouw Bakker perplex aan. Aandachtig kijkt ze naar Job’s handwerkvaardigheid. ‘Van wie heb je dat geleerd?’ vraagt mevrouw Bakker belangstellend. ‘Van een tante’ laat Job weten. ’Dat lila is een mooie kleur’ merkt mevrouw Bakker op bij het zien van de kleur van de bol wol: ‘Ik hou niet van die harde kleuren’. De kleding die mevrouw Bakker draagt zijn ook in zachte pasteltinten. Verschillende keren vraagt mevrouw Bakker aan Job of hij nog meer broers heeft. ‘Ik heb 5 broers en een zusje,’ laat Job weten. Mevrouw Bakker is sprakeloos. Zelf was zij enig kind. ‘Ik wist niet beter’ vertelt mevrouw Bakker. ‘Een kind krijgen is voor een vrouw nog een hele opgave. Dat had mijn vader ook wel gezien. Mijn ouders hebben het toen maar hierbij gelaten.’ ‘Heeft u zelf kinderen?’ vraagt Job aan mevrouw Bakker. ‘Ik heb altijd genoeg kinderen voor me gehad’ laat mevrouw Bakker met een wat ongemakkelijke lach weten. Tijdens deze bijzondere ontmoeting wordt het algauw duidelijk dat mevrouw Bakker vroeger onderwijzeres is geweest. ‘Ik gaf les op de lagere school aan drie klassen met 48 kinderen,’ vertelt mevrouw Bakker. ‘Een keer kwam de inspectie en die hoorde ik toen nog zeggen ‘hoe houdt ze het vol’. Job is onder de indruk en vraagt belangstellend hoe ze dit allemaal voor elkaar heeft gekregen. Mevrouw Bakker vertelt: ‘Nou, dan zette ik eerst de oudste kinderen aan het werk. Dan zei ik er wel altijd bij ‘als jullie vragen hebben dan kun je ze nu nog stellen, straks kan het niet meer.’ Daarna was het de beurt aan de tweede klas en als laatste de eerste klas, waar je dan meer tijd aan kon besteden. De jongste kinderen hadden ook meer aandacht nodig.’ Herhaaldelijk laat ze weten: ‘schrijven is een handigheid, maar lezen moet je kunnen.’ Volgens mevrouw Bakker is lezen van belang om in de maatschappij goed te kunnen functioneren. Mevrouw Bakker geeft aan dat ze nu allang gepensioneerd is. ‘Ik ben ook al 92,’ laat mevrouw Bakker weten. ’92?’ reageert Job wat verbaasd: ‘dat zou ik u niet geven’. ‘Wat dacht jij dan?’ ‘Ik had u misschien net 80 gegeven’ antwoordt Job. ‘Nou, bedankt,’ geeft mevrouw Bakker wat nuchter aan. Ze is merkbaar gevleid door de reactie van Job. De verzorgende die vlakbij aan het werk is, en de reactie van Job heeft opgemerkt, is het met hem eens. ‘U ziet er inderdaad jonger uit, dan dat u in werkelijkheid bent.’ Ze kijkt met een glimlach de verzorgende aan en zegt: ‘hij laat me lachen.’ Niet alleen het oranje gebreide strikje heeft haar aandacht, ook de foto van koningin Juliana en de versierde schoenen van Job spreken haar aan. ‘Wat heb je mooie gympen aan!’ Wanneer de 48 kinderen die zij vroeger onderwezen heeft nogmaals de revu passeren spreekt Job zijn waardering uit en bedankt haar voor haar inzet als onderwijzeres. Mevrouw Bakker reageert wat nuchter op de lovende woorden van Job, net zoals op eerdere complimenten. Er lijkt een gevoel van erkenning en waardering te ontstaan. Iets wat misschien niet altijd vanzelfsprekend is geweest in haar leven. 

TIP: iedereen vindt het fijn om wel eens een compliment te krijgen. Misschien maakt het geven van een compliment wel gelukkiger dan er eentje krijgen. Geef ouderen met dementie geregeld welgemeende complimenten! Door het geven van complimenten krijgen ouderen met dementie het gevoel (nog) iets goed te kunnen en daardoor kan hun eigenwaarde ook versterkt worden. Bijvoorbeeld: ‘wat heeft u een mooie ketting om,’ of ‘geweldig, hoe u dat voor elkaar heeft gekregen.’ Bedank altijd de persoon die je geholpen heeft bij bijvoorbeeld het opvouwen van de was, aardappels schillen of planten water geven.

Back To Top