skip to Main Content

Een bezoek van marskramer Job: ‘Daar kan ik geen taxi van betalen…!’

Een bijzonder contact in de wondere wereld van dementie

Als marskramer Job bezoek ik ouderen met dementie in verzorgings- en verpleeghuizen. Met een koffer, rugkorf en stofjas vol met prachtige herinneringen aan vroeger stap ik letterlijk in de belevingswereld van ouderen met dementie. Mijn bezoek is vooral afgestemd op de persoonlijke behoeftes van de ouderen. In het contact maak ik gebruik van alle zintuigen. Juist door geen plan te maken of doel te stellen ontstaan vaak de mooiste contactmomenten. Een bijzonder contact waarin je de mens achter de dementie beter leert kennen en begrijpen. Ieder mens heeft een verhaal met zijn eigen geschiedenis en levenservaringen. Graag wil ik jullie meenemen in deze bijzondere ontmoetingen in de wondere wereld van ouderen met dementie. De naam van de bewoner is in het beschreven verhaal aangepast in verband met de privacy

Daar kan ik geen taxi van betalen

Meneer Blom komt in zijn rolstoel de huiskamer binnen en maakt met mevrouw Vogel een praatje over het weer buiten. Job zit naast mevrouw Vogel aan tafel en meneer Blom zit aan de overkant. “Ik moet eigenlijk weg, naar huis,” zegt meneer Blom. Een stukje verderop in de huiskamer, in het zicht van meneer Blom, zit een zorgmedewerker achter de laptop te werken. “Ik zal even aan hem vragen of hij mij weg kan brengen.” Meneer Blom staat op vanuit zijn rolstoel en houdt zich met zijn handen stevig aan de tafel vast. Job staat op en loopt naar meneer Blom. Ook de aanwezige zorgmedewerker is inmiddels opgestaan om hem met enkele woorden gerust te stellen en daarna weer verder te gaan. Gedurende het contact met meneer Blom vraagt hij zich met regelmaat af waar die man of die chauffeur nou blijft, waarmee hij duidelijk de zorgmedewerker bedoelde die nu plotseling uit het zicht is verdwenen. Job nodigt meneer Blom uit om weer plaats te nemen in zijn rolstoel en gaat op zijn hurken naast hem zitten. “Mijn huis hebben ze verkocht,” laat meneer Blom weten. ”Ze hebben mij hiernaar toegebracht en zijn toen weer weggegaan. Ik weet helemaal niet waar ik ben. Ik weet niet hoe ik thuis moet komen.” Het andere moment vertelt meneer Blom dat zijn huis is verhuurd en dat er nu andere mensen wonen.

”Hoe ben jij hier gekomen?,” vraagt Meneer Blom aan Job. “Met de auto,” zegt Job ”Ik heb geen auto meer,” vertelt meneer Blom. Job stelt voor om hem even naar huis te brengen. “Bent u hier bekend dan?,” vraagt meneer Blom. “Zo goed als.” “Nou, dat bedoel ik,” geeft meneer Blom aan. “Ik wil je er best voor betalen hoor. Want ik ben een eerlijk man.” “De auto van Job schijnt niet meer de aandacht te hebben van meneer Blom. Hij besluit om met de taxi naar huis te gaan. Meneer Blom zoekt zijn broekzakken af op zoek naar zijn portemonnee, maar kan deze nergens vinden. Marskramer Job zou geen marskramer zijn als hij ook niet diverse portemonnees bij zich zou hebben. Job haalt een zwarte portemonnee tevoorschijn, waarin hij snel nog wat klein geld heeft gestopt. Bij het zien van de portemonnee geeft meneer Blom een zucht van verlichting. IJverig zoekt hij naar het geld en komt uiteindelijk wat centen tegen van lang geleden. “Nou, daar red ik het niet mee,” stelt meneer Blom vast. ”Daar kan ik geen taxi van betalen.” Job legt de centen op tafel en begint te tellen. Meneer Blom kijkt mee. “Al is het maar een gulden, dan kom ik al een heel eind,” geeft meneer Blom aan. Nadat het geld geteld is laat Job meneer Blom weten: “Precies, een gulden.” De centen verdwijnen daarna in een van de broekzakken van meneer Blom. Even later komt er een vriendelijke zorgmedewerkster de woonkamer binnen en meneer Blom spreekt haar direct aan: ”Ik moet naar huis.” De zorgmedewerkster komt erbij en weet met de volgende woorden meneer Blom wat gerust te stellen. “Je woont hier in dit huis en ik ga straks voor je koken.” Meneer Blom lijkt dit bericht goed te ontvangen. ‘Je bent een lieve schat,’ laat Meneer Blom aan de zorgmedewerkster weten. “En vanavond breng ik je naar bed of wil je eerst nog een biertje?,” “Nee, we gaan niet aan de zuip,” zegt meneer Blom. De zorgmedewerkster lacht en gaat verder met haar werkzaamheden. “U heeft het hier maar getroffen,” zegt Job. “Er wordt goed voor u gezorgd.” “Ja, het is een lieve meid hoor,” geeft meneer Blom aan.

Meneer Blom vertelt Job over zijn vakmanschap als aardewerkschilder: ”Het beschilderen van de ongebakken glazuurlaag was een nauwkeurig werkje. De glazuurlaag nam de verf zo snel op, dat je het daarna niet meer kon overdoen.” De vriendelijke zorgmedewerkster legt in alle rust en stilte voor ons een map met foto’s op tafel en verdwijnt vervolgens weer uit het zicht. Dat heeft ze goed aangevoeld. Ze deed met de fotomap een prachtig aanbod. Meneer Blom laat Job verschillende foto’s zien van aardewerk en porselein dat hij vroeger ooit beschilderd heeft. De gedachten van meneer Blom lijken algauw weer af te dwalen naar zijn huis, waar hij volgens zeggen ook zijn werkplaats had. De map met foto’s wordt door meneer Blom weer weggelegd op tafel. Job is onder de indruk en complimenteert meneer Blom met zijn vakwerk. “Als ik een aardewerkschilder nodig heb, dan weet ik waar ik moet zijn,” geeft Job aan. “‘Weet je waar ik woon?”, vraagt meneer Blom aan Job. “Ja, in Harderwijk.” Meneer Blom besluit zijn telefoonnummer te geven, maar komt al snel tot de ontdekking dat hij die is vergeten. In dit geval verwijst hij Job naar het inmiddels in onbruik geraakte telefoonboek en geeft aan onder zijn naam ‘Blom’ zo het telefoonnummer op te kunnen zoeken. Meneer Blom wil Job graag wat geven in de vorm van geld. Job verwijst naar de centen die hij eerder in zijn broekzak had gestopt. Met een handvol met centen eindigt deze bijzondere ontmoeting met meneer Blom. In de hoop dat hij straks met alle liefdevolle aandacht van de zorgmedewerkster mag genieten van een overheerlijke maaltijd en misschien ook nog een lekker biertje.

 

Back To Top