skip to Main Content
Column: Ach, Moedertje En Ach, Omaatje.

Column: Ach, Moedertje en Ach, Omaatje.

Vanmorgen (28 oktober 2017) kort nadat ik wakker was geworden, keek ik even via mijn mobiele telefoon op Facebook. Ik kreeg een herinnering van 3 jaar geleden, toen mijn oma nog leefde. Het was een selfie met oma met de volgende tekst: Vanmiddag bij oma op bezoek geweest… Ff kieken in de kiekkast (NL: Even kijken in de fotocamera)! Ik had nog voor haar verjaardag een dvd van het visserskoor meegebracht… Tijdens de zeemansliedjes, die ze soms vrolijk meezong, liet ze weten, ‘Dat is mooi, ik ga d’r ook een kopen’. ‘Oma, die dvd is voor jou!’ ‘Oja!?’. Nu ruim een jaar na haar dood moet ik nog met regelmaat aan oma denken, zoals vanmorgen na het ontvangen van deze prachtige herinnering. Soms lijken herinneringen als mist op te doemen. Om ons te laten weten deze niet te zullen vergeten, en ze voor altijd vast te houden en te koesteren. Hoe moeilijk en confronterend dat soms ook kan zijn.

Tijdens mijn vakantie ben ik met het vervolg van het boek ‘Ma’ van Hugo Borst begonnen. In het tweede deel ‘Ach, Moedertje’, verteld Hugo Borst ook nu weer openhartig over zijn moeder die sinds enkele jaren aan de ziekte van Alzheimer lijdt. De cover van dit boek spreekt bijna tot de verbeelding. Ik heb namelijk zelf ook een foto samen met mijn oma waarop we elkaar een zoen geven zoals eskimo’s dat doen, met de neuzen tegen elkaar aan. Na wat onderzoek over het fenomeen ‘neuzen’, blijkt dit geen gewoonte te zijn van eskimo’s zoals sommige op scholen hebben geleerd, maar het komt voor op Fiji-eilanden en bij sommige andere volkeren in Oceanie. Dit even ter inleiding.

In het boek ‘Ach, Moedertje’ schrijft Hugo Borst over zijn moeders achteruitgang, over het verdriet om wat verloren gaat, de terugkerende valpartijen en het plezier in de bonte woongroep, want gelachen wordt er heus. Hugo beschrijft in zijn boek de medebewoners van de woongroep van zijn moeder stuk voor stuk en schetst, op een voor mij herkenbare wijze, het leven op een verpleegafdeling. Soms met een lach en met een traan. Maar ook de ergernis van de werkdrukte, het tekort aan werknemers en de arrogantie van de zorgbestuurders waarin je als lezer zijn ergernis deelt. Het boek ‘Ach, Moedertje’ van Hugo Borst heeft mij geraakt en zelfs ontroerd. Ondanks dat de beschreven gevolgen van de geestelijke achteruitgang bij mensen met dementie mij niet onbekend in de oren klinken, werd ik toch op de een of andere manier weer met mijn neus op de feiten gedrukt, zelfs na 15 jaar ervaring in de ouderenzorg als activiteitenbegeleider. Daarbij komt ook nog eens dat het persoonlijke verhaal van Hugo over zijn moeder wel erg dichtbij kwam. In zijn verhaal herkende ik veel terug uit de ziekte periode van mijn eigen oma, die de laatste jaren van haar leven ook op een verpleegafdeling woonde. Meneer Alzheimer had ook haar, stukje voor stukje, van ons afgenomen. Die rotzak!

“De toon van het appje van mijn broer en de foto laten me niet los”
-Hugo Borst-

Toen ik aan het begin van mijn vakantie begon met het lezen van het boek ‘Ach, Moedertje’ besefte ik even later dat het oma’s verjaardag was (22 oktober). Oma zou die dag 87 jaar zijn geworden, maar oma stierf vorig jaar kort voor haar 86ste verjaardag. Op eens moet ik denken aan het verhaal van een pastor. Hij kwam een keer op het kerkhof een jongen en een meisje tegen, die opzoek waren naar het graf van hun oma. Ze hadden bloemen meegebracht, want oma was die dag jarig. De pastor zocht met de jongen en het meisje het graf van oma op. Aangekomen bij het graf liet het meisje weten; ‘Maar wat nu? We kunnen niet gaan zingen ‘lang zal ze leven’, want oma leeft niet meer. De pastor en de kinderen besloten dan maar te zingen ‘lang zal oma rusten in de gloria’. Ik blijf het een bijzonder, maar ook een leuk verhaal vinden. Bij het lezen van het hoofdstuk ‘Doornroosje’ kreeg ik een brok in mijn keel van het volgende stukje: “Ik was van plan om vandaag bij ma langs te gaan, maar ik heb een onheilspellend voorgevoel”. Ik moest direct denken aan die ene dag. Het was vrijdag 30 september 2016. Ik was samen met een vriend en vriendin nog wat gaan drinken na een boxing yoga les in het park. Met z’n drietjes zaten we lekker aan een kop koffie met een stuk appeltaart. Perslot van rekening was ons motto; Geniet van elke dag, en van ieder moment en dat moet gevierd worden. Maar die levensvreugde stroomde uit mijn lichaam en uit mijn ziel, nadat ik om klokslag 09:23 uur het volgende berichtje van mijn moeder kreeg: “Hoi Hugo. Oma gaat van de week sterven. Haar lichaam is op en ze heeft weer een ontsteking erbij gekregen. Ze gaan nu een infusie in haar doen, zodat ze langzaam weg zakt. De dokter zei; zeg het maar tegen je kinderen, dus ik dacht meteen aan jou. Mijn droom was deels werkelijkheid geworden en veranderde in een nachtmerrie. Die nacht had ik nog over oma gedroomd met de gedachten dat ik de volgende dag haar echt moest gaan bezoeken. Zoals Hugo Borst dat in zijn boek beschreef “een onheilspellend voorgevoel”. Het was dus echt werkelijkheid geworden. Terwijl ik op 19 september 2016 mijn moeder nog berichten: Hoi Mam, vanmiddag bij oma geweest, ze gaat nog lang niet dood! Ze was in goede doen, lachen, knipogen en brabbelen. Ik was op dat moment totaal van de kaart.

“Als ik langer dan een week niet langs was geweest, was er een innerlijk stemmetje dat me steevast richting mijn ouderlijk huis dirigeerde”
-Hugo Borst-

Na de dood van mijn opa (in 2014) ging ik standaard iedere dinsdagmiddag bij oma op bezoek. Oma woonde destijds nog in het verzorgingshuis. Af en toe nam ik oma mee naar buiten om een stukje te gaan wandelen richting het centrum van het dorp, om daar vervolgens met haar een ijsje te gaan eten. Maar met de tijd werd oma slechter ter been en moest ik opzoek gaan naar een andere bezigheid. Een gesprek voeren lukte vrijwel niet meer omdat haar spraakvermogen achteruitging. Samen gingen we dan een film kijken, die ik had uitgezocht. Een film met oude beelden van vroeger zoals de film van Bert Haanstra ‘…En de zee is niet meer’. Oma zat dan op het puntje van haar stoel een volgde dan aandachtig de botters die in beeld voorbij kwamen. Dit moment werd dan standaard verstoort door een verzorgende die tussen de middag een kopje thee kwam brengen, wat oma overigens altijd liet staan. Als ik aan haar vroeg of ze haar kopje thee niet wilde, stak ze afwijzend haar tong uit naar het inmiddels koud geworden kopje thee. Toen oma naar de verpleegdeling moest verhuizen voor de nodig zorg en aandacht bracht ik iedere week een doosje latte amaretto koffie voor haar mee. ‘Voor Engeltje’ schreef ik op de verpakking, zodat de verzorgende op de huiskamer wist voor wie deze speciale koffie bestemd was. Gek genoeg gebruik ik de latte amaretto koffie zelf ook nog steeds. Gewoon omdat het lekker is en die zoete smaak deelde oma en ik samen met elkaar. ‘Heerlijk’ of ‘lekker’ liet oma dan weten wanneer we samen koffie dronken. Het waren een van de weinige woorden die meneer Alzheimer niet van haar had weggenomen en de koffie dronk oma vrijwel altijd helemaal op. Zoals Hugo Bost in zijn boek beschreef: Geluk zit in een klein doosje, was mijn conclusie. Omdat je geluk altijd moet zien te delen, zei ik: ‘Ik neem straks een doosje mee voor ma. Het betrof dan wel een doosje met aardbeien, maar voor mij was dit een doosje latte amaretto koffie speciaal voor oma!

‘Neem een slokje, ma. Hier, koffie.’
-Hugo Borst-

Het is maandagmiddag 30 oktober. Ik lees de laatste hoofdstukken uit het boek ‘Ach, Moedertje’ vanuit mijn antieke leun stoeltje. Het boek leest zelfs voor iemand met dyslectie lekker weg of komt het simpelweg mede door de interesse in deze dodelijke hersenziekte en de nabijheid van een dierbare met Alzheimer en het verlies daarvan? Morgen zit mij vakantie er weer op en mag ik weer zorgen voor een zinvolle dagbesteding voor ouderen met dementie.

Hugo de Graaf.

 

Dit bericht heeft 1 reactie

Het is niet mogelijk een reactie te plaatsen.

Back To Top